Doorgaan naar hoofdcontent

Quelle misère!

 




Rond het jaar 1900…
Fascinerende tijd van grote veranderingen en industrialisatie, maar tevens een harde, de tijd waarin Triphon leefde.

‘t Is de tijd van priester Daens, van Stijn Streuvels, Felix Timmermans,…

Ook bij Cyriel Buysse leest ge de beschrijvingen van de levens toen.

Een periode waarin er grote ongelijkheid was. Enerzijds de rijke kasteelheer, de bedrijfsleiders en het gezag van de gendarmes, mijnheer pastoor,…en anderzijds: de noestwerkende, uitgebuitte, hongerlijdende kleine man.

Velen belandden in echte armoede, en zochten een manier om te overleven. Een uitweg uit de miserie was misschien te gaan werken als knecht,
en seizoensarbeid te doen
 op grote boerderijen in Wallonië of Frankrijk  en soms zelfs verder weg; Amerika, Canada…

Welke uitweg koos Triphon?

Reacties

Populaire posts van deze blog

Wat gebeurde er met Triphon De Wilde?

 Hij was de broer van mijn overgrootvader en leefde hier meer dan honderd jaar geleden. Hij was derde kind uit een gezin met acht kinderen. In de stamboom van de familie De Wilde ontbreekt alle info  over Triphon, enkel zijn geboorte wordt vermeld; °Zwijnaarde, 4 mei 1873. Toevallig ontdekte ik dat hij in 1902 in de landloperskolonie van Wortel heeft verbleven.... En sindsdien laat hij me niet meer los. Hoe is het 'm vergaan op de wereld? Welke sporen liet hij na? Het rijksarchief stuurde me het dossier dat in de kolonie over Triphon werd bijgehouden. De speurtocht kan beginnen...

De aanklacht van André Baillon

 In het Parijse blad Notre Voix verschijnt op 15 april 1920 het verhaal 'L'évadé' (De voortvluchtige). Het is een voorpublicatie uit de autobiografische roman Moi quelque part , die drie maanden later in Brussel van de persen zal rollen en dan alleen bij voortekening beschikbaar is. Georges Eekhoud, een van de belangrijkste Belgische schrijvers van zijn tijd, zal het voorwoord schrijven. In Moi quelque part  doet André Baillon, die met het boek zal debuteren, het relaas van zijn tweevoudige verblijf in het Kempense Westmalle, op goed twintig kilometer van Wortel en Merksplas. Een eerste keer verblijft hij er van 1903 tot 1905, en opnieuw in 1907. Baillon wil er in alle rust gaan schrijven. 'De voortvluchtige' doet het relaas van een ontmoeting tussen Baillon en een uit de rijksweldadigheidskolonies ontsnapte landloper. Het is voor Baillon aanleiding om zijn gal te spuien over de manier waarop het rijke België met zijn armen omgaat: Ik zou er geen eed op durven te d...